Typische indeling (indicatie)
Als ruwe vuistregel hanteren veel clubs ongeveer:
- Mini: kleinere lijnen, vaak rond de 35–42 cm schofthoogte (controleer de actuele WALA-definitie).
- Medium: middengebied, vaak rond 43–50 cm.
- Standard: de grootste Labradoodles, boven de medium-grens.
Deze getallen zijn geen vervanging voor het reglement van uw fokker; vraag altijd naar gemeten hoogte van de ouderdieren.
Waarom pups in één nest kunnen verschillen
Elke pup erft een mix van genen van beide ouders. Als één ouder aan de bovenkant van “medium” zit en de andere kleiner, kunnen pups aan alle kanten van het gemiddelde uitkomen. Voeding, ziekte en groeispurten spelen ook mee — daarom beloven verantwoorde fokkers een bandbreedte, geen millimeter-nauwkeurige volwassen maat.
“Grote mini” of “kleine medium”
U hoort soms informele termen. Het enige dat telt voor registratie is de officiële meting volgens de club op de juiste leeftijd. Meet zelf pas als uw dierenarts of fokker uitlegt hoe en wanneer.